Thema · Bewaren & serveren
Wijn bewaren en serveren als een kenner
Dezelfde wijn kan totaal anders smaken, afhankelijk van hoe je hem bewaart en serveert. Met een paar simpele regels haal je het beste uit elke fles.

De juiste serveertemperatuur
Temperatuur is misschien wel de meest onderschatte factor bij het serveren van wijn. Te koud verbergt de aroma's en accentueert de zuren en tannine; te warm laat de alcohol overheersen en maakt de wijn log. De kunst is het optimale midden te vinden. In ons artikel over serveertemperatuur vind je de richtlijnen per wijnstijl.
Grofweg geldt: mousserende wijn en lichte witte wijn schenk je goed gekoeld (6–10 °C), volle witte wijn iets minder koud, en rode wijn tussen de 14 en 18 °C. De klassieke regel 'rode wijn op kamertemperatuur' stamt uit een tijd dat kamers veel kouder waren; bij de huidige 21 graden serveer je rood al snel te warm.
Het juiste glas en decanteren
Het glas waaruit je drinkt heeft meer invloed dan je denkt. Een goed wijnglas met een tulpvorm bundelt de aroma's naar je neus, terwijl een te wijd of te klein glas geuren laat ontsnappen. Houd het glas altijd aan de steel vast, zodat je de wijn niet met je hand opwarmt.
Jonge, tanninerijke rode wijnen profiteren vaak van decanteren: door de wijn over te schenken in een karaf krijgt hij lucht, waardoor de stugge tannine zachter wordt en de aroma's zich openen. Bij oude wijnen met een depot scheid je met decanteren bovendien de heldere wijn van het bezinksel. Een wijn die juist gesloten of stug oogt, kun je ook simpelweg even laten luchten in het glas.


Wijn goed bewaren
De meeste wijn is bedoeld om jong gedronken te worden, maar of je een fles nu kort of lang bewaart, de omstandigheden bepalen of hij goed blijft. Bewaar wijn koel en stabiel van temperatuur, donker en bij voorkeur liggend, zodat de kurk vochtig blijft en niet uitdroogt. Grote temperatuurschommelingen, fel licht en trillingen zijn de grootste boosdoeners.
Niet elke wijn wint bij langer bewaren. Wijnen met stevige structuur, zoals tanninerijke rode wijnen en wijnen met rijping op eikenhout, kunnen jaren rijpen, terwijl frisse, fruitige wijnen op hun best zijn binnen een of twee jaar. Een geopende fles houd je het langst goed door hem koel en goed afgesloten te bewaren; let bij twijfel op tekenen van bederf, zoals je leert bij wijnfouten herkennen.
Haal het beste uit elke fles
In de online SVH Wijnverkenner-cursus leer je niet alleen proeven, maar ook hoe je wijn op zijn best bewaart, serveert en presenteert.
Schrijf je nu inKleine moeite, groot verschil
Wie de basis van bewaren en serveren onder de knie heeft, proeft een wijn altijd op zijn best. Een paar graden temperatuurverschil, het juiste glas en eventueel even decanteren maken het verschil tussen een vlakke en een stralende wijn. Het zijn kleine handelingen met een groot effect, en ze horen onlosmakelijk bij het bewust genieten van wijn. In de cursus komt dit alles samen met de proeftechniek, zodat je elke fles met kennis van zaken op tafel zet.
